Het rijdend evangelie
Het rijdend evangelie
In de afgelopen jaren heb ik al heel wat kerken van binnen gezien, niet alleen als dominee, maar ook als koorzanger op de koren waar ik jarenlang deel van mocht uitmaken.
En net als bij andere predikanten werd er ook flink achter mijn rug om ‘geroddeld’. Domie reed in een Saab en het liefst in een turbo versie, nou en dan wist je het wel.
In die tijd (de vorige eeuw) kon het nog; het was een sport om met jouw radar de flitspalen en kastjes te ontwijken die de vereiste snelheid controleerden. Op een vroege zondagmorgen op een vrijwel lege Eemshavenweg was ik de klos.
Ik haalde een auto in die naar mijn inzicht wel erg langzaam reed. Helaas, het bleek even later een politieagent te zijn, ook op weg naar zijn werk, maar kennelijk veel minder haast had dan ik en zijn ochtendhumeur overijverig op mij botvierde met een bekeuring. Kortom, het preekgeld ging die morgen naar de overheid.
Maar daardoor was ik wat verlaat en enige hoon van de voor mij bekende kerkenraad viel mij ten deel: “Domie had veuls te hard red’n en dat krieg ie met die lui van het rijdend evangelie”. En mijn bijnaam was geboren.
Menig vroege zondagochtenden was ik alert op ‘verdachte langzaam rijdende medeweggebruikers’, want ja preekgeld weggeven aan de overheid was nu ook weer niet de bedoeling. Maar dat ‘ rijdend evangelie’ werd toch een soort geuzennaam. Ik reed immers niet zomaar af en toe een beetje te snel over ‘ ’s Heren Wegen’.
En op al die vroege ochtenden luisterde ik naar het repertoire van het koor of naar de grote Bach, genietend van
de schoonheid van voor mij hemelse muziek en de stille vrede van een aan mij voorbij zoefend landschap.
We hebben het hier in Noord-Nederland maar getroffen lieve Heer, is mijn schietgebedje op weg naar de kansel. Hier is het nog vrede, laten wij daar zuinig op zijn.
ds. Richard Offringa
column voor Leeftocht (november 2024)
|